http://www.infohondenrassen.nl
Home  -  Contact -  Aanmeld-Formulier  -  Gastenboek  -  Sponsors  -  Linken Partners  -  Als startpagina  -  Honden Namen
Adverteren bij Daisycon          Adverteren bij Daisycon
Zwitserse Witte Herdershond
Rasbeschrijving

De White Swiss Shepherd dog of Berger Blanc Suisse is een krachtige, goedgespierde, middelgrote stok- of langstokharige herdershond met staande oren, rechthoekig formaat, van middelzware bouw en met elegante, harmonisch vloeiende belijning.

Deze Herder is een familie- en gebruikhond met uitgesproken "kinderliefde", oplettende waker, opgewekte en gemakkelijk lerende hond.

Hoofd: Krachtig, droog en adellijk gevormd, in natuurlijke verhouding tot het lichaam staand. Van boven en van opzij gezien wigvormig tot de neus toe smaller wordend.

Bovenschedel: Slechts weinig gewelfd, duidelijke doch zacht verlopende stop, schedel en neusrug in evenwijdige lijn staand, aangeduide middengroef.

Snuit Krachtig en middellang, niet langer dan de schedel

Neus: Normaal gevormd, middelgroot, zwart gewenst, wisselneus word getolereerd.

Lippen: Strak, droog, goed gesloten en zwart.

Gebit: Sterk, volledig schaargebit waarbij de tanden loodrecht in de kaak moeten staan. De gebitshelften schuiven over elkaar als de delen van een schaar.

Ogen: Middelgroot, amandelvormig, licht schuinliggend, zwart omrand en zo donker mogelijk (donkerbruin tot zwart). De uitdrukking is waakzaam en intelligent tevens helder en levendig.

Oren: (Middel)groot, hoog aangezet, goed rechtop gedragen, evenwijdig aan elkaar naar voren gericht, staand in de vorm van een langwerpige, van boven licht afgeronde driehoek.

Hals: Middellang en goed gespierd, breed aan het lichaam aangezet, geen keelhuidvorming; de elegant gewelfde neklijn loopt onafgebroken vanaf de matig hoog gedragen kop tot de schoft, de keellijn vloeiend tot het borstbeen.

Romp: Krachtig, gespierd, middellang.

Borst: Niet te breed, diep ca. de helft van de schofthoogte, tot de ellebogen reikend; ovale, ver naar achteren reikende borstkas, duidelijke voorborst.

Schoft: Vloeiend in hals en rug overgaand.

Rug: Recht en horizontaal, sterk gespierd.

Croupe: Lang en van middelmatige breedte, aanzet bij benadering horizontaal, vervolgens naar achteren langzaam afhellend.

Buik/flanken: Slanke, strakke flanken; de buiklijn loopt licht naar boven.

Staart: Rondom vol behaarde sabelstaart, naar de punt toe smaller wordend; liefst diep aangezet, tenminste tot het spronggewricht reikend, in rust sabelvormig hangend, in de beweging hoger, maar nooit boven de ruglijn.

Ledematen: Krachtig, gespierd, middelzwaar.

Voorhand: Van voren gezien recht; matig brede stand; van opzij gezien goed gehoekt, goed aansluitende ellebogen.

Onderarm: Lang, recht, pezig.

Middenvoorvoet: Stevig, licht schuingezet.

Achterhand: Van achteren gezien recht en evenwijdig, niet te breed staand, van opzij gezien voldoende gehoekt.

Bovendijbeen: Middellang met sterke bespiering.

Onderdijbeen: Middellang, schuinstaand met stevige botten en goede bespiering.

Spronggewricht: Krachtig, goed gehoekt.

Middenachtervoet: Middellang, recht, pezig, eventuele wolfsklauwtjes moeten verwijderd zijn.

Poten: Ovaal, achter iets langer dan voor; tenen dicht sluitend en goed gewelfd; stevige, zwarte voetballen; donkere nagels gewenst.

Beharing: Stok- of langstokhaar, dicht tegen het lichaam aanliggend; rijke wollige ondervacht overdekt met stugge haren; bek, snuit, oren en poten zijn korter, de nek en achterzijde poten iets langer behaard; licht golvend, hard haar is toegestaan.

Huid: Glad op de spieren liggend, donker gepigmenteerd, geen rimpelvorming.

Kleur: Wit.

Schofthoogte: reu 60-66 cm, teef 55-61 cm.

Gewicht: reu 30-40 kg, teef 25-35 kg.