Geschiedenis van de Schafpudel
De voorvaderen van de Schafpudel reiken terug
tot in de vroege middeleeuwen: zij werkten als schaaps- of waakhond.
Hoe oud het ras ook is, tegenwoordig wordt dit ras met uitsterven
bedreigd. De A.A.H. (een werkgroep voor de fokkerij van oud-Duitse
hondenrassen) doet onderzoek naar de geschiedenis en perspectieven
van dit behoudenswaardige cultuurgoed.
Zelfs in deze moderne tijd, wanneer men een Schafpudel bij de kudde
zijn werkzaamheden ziet verrichten, krijgt men snel een indruk van
het enthousiasme, dat de hond uitstraalt. Het is de bijzondere
uitdrukking van concentratie en gespannen oplettendheid van de
Schafpudel. Daarnaast bevestigt het mooie haarkleed de vloeiende
bewegingsafloop van de hond.
Karakter van de Schafpudel
De bijzondere eigenschappen van de Schafpudel
zijn de enorme arbeidsijver, de aanhankelijkheid aan het kuddeleven,
het plezier om te wandelen, zwerven en drijven, het bij elkaar
houden en omcirkelen van, zich tot groepen gevormde, dieren van alle
rassen.
De afkeer van aanvalslust en roofzucht, de waakzaamheid, de
levensvreugde en het inzicht, moed en begrip voor het plan van zijn
baas, maken hem bijzonder waardevol in tijden waar de dagelijkse
omstandigheden steeds veranderen, en een goed aanpassingsvermogen
nodig zijn.
Zo is het opvallendste bij de Schafpudels zijn grote geesteskracht.
Uitgerekend het bewustzijnsvermogen, voorstellingsvermogen en
verstand zijn typerend voor het ras. Het zielenleven betoont zijn
grenzenloze verantwoording, zijn plichtgevoel en zijn zin voor
gerechtigheid.
Rasstandaard van de Schafpudel
Introductie:
De Schafpudel - ook Hütepudel ('waakpoedel') genoemd – zijn
gebruikshonden met 'verward' haar en van middelhoge grootte (45–60
cm). Het vaakst zijn ze tegenwoordig nog in Oost-Duitsland te
vinden, maar ze komen overal in Duitsland voor, zelfs in Nederland
is er een fokker.
Het is a.h.w. de 'Duitse Schapendoes'.
Deze hond neemt in de groep Altdeutsche Hütehunde, op grond van het
uiterlijk, een uitzonderingspositie in.
Karakteriserend is zijn lange ruige vacht met 'weelderige'
ondervacht en de kleur is verscheiden: van zwart, blauw-grijs,
grijs, abrot,licht tot wit. Alle kleurschakeringen en combinaties
zijn toegestaan.
Schafpudels mogen zowel hangende oren, staande of tiporen hebben.
De ledematen zijn lang en regelmatig gehoekt, waardoor ze een hoge
aanvangssnelheid kunnen ontwikkelen. Ze zijn lichtvoetig, zonder
veel energie te verbruiken.
Schafpudel zijn temperamentvolle, intelligente en vriendelijke
honden met een onmiskenbare werkwilligheid.
De populatie van de echte, oorspronkelijke Schafpudels wordt op zo'n
300 honden geschat.
Grootte:
Reu : 55-60 cm.
Teef: 45-55 cm.
Gewicht: 16-25 kg, naar gelang de grootte.

