

| Nachtvlinderhondje |
|
Rasbeschrijving
De Papillon en de Phalene zijn elegante dwergspaniels met een weelderige, mooie vacht. Hoofd: licht gewelfde schedel, een lichte aanduiding van een voorhoofdsgroef, de voorsnuit is korter dan de schedel, gevuld onder de ogen, rechte snuit, duidelijke stop. Kleine zwarte neusspiegel, krachtig gepigmenteerde lippen, dun en droog. Ogen: tamelijk groot, donker en uitdrukkingsvol, amandelvormig, met zwarte oogranden. Oren: tamelijk dunne, maar vaste oorlellen. De oren zijn tamelijk ver naar achteren op het hoofd geplaatst, en staan zo ver van elkaar dat de geronde vorm van de schedel naar voren komt. De Papillon (de variant met opstaande oren) moet hoog aangezette oren hebben. De onderkant maakt een hoek van 45 graden met het waterpas. De binnenkant van het oor heeft dun en golvend haar. De buitenkant is bedekt met lang haar, zgn. franje. De Phalene heeft hoog aangezette oren, die hangend worden gedragen en bedekt zijn met golvend haar dat zeer lang kan worden. Gebit: schaargebit. Hals: middelmatig lang, met een elegante welving van de neklijn. Lichaam: brede en diepe borstkas met goed gewelfde ribben. Rechte rug, krachtige en licht gewelfde lendenpartij, iets opgetrokken buiklijn. Ledematen: goede hoeking van schouder en opperarm, rechte benen met tamelijk dunne botten maar zonder een kwetsbare indruk te maken. Veerkrachtige voormiddenvoet. Goede hoeking van achterhand, evenwijdige voor- en achterbenen. Voeten: lange, zgn. hazevoeten met sterke voetzolen. De hond staat goed op zijn voeten. Rijke beharing tussen de tenen, vaak langer dan de voet zelf. Staart: hoog aangezet en tamelijk lang, voorzien van een mooie pluim. Wordt hoog en over de ruglijn gebogen gedragen. De uiterste punt mag de rug raken. De staart mag nooit plat liggen of een krul hebben. Vacht: bestaat alleen uit dekhaar, is weelderig, golvend, stevig en glanzend als zijde. De vacht is korter op het hoofd, neus, de voorzijde van de benen en onder de sprongen. De vacht is middelmatig lang op het lichaam en het langst rond de hals en op de achterzijde van de benen. de zgn. broek. Een vacht in goede conditie moet ca. 7,5 cm lang haar hebben en een staartpluim van ca. 15 cm. Kleur: wit met vlekken in elke kleur. Het wit moet altijd domineren, wit op het hoofd en een witte bles zijn gewenst. Gangwerk: elegant, trots, vrij. Schofthoogte: ca. 28 cm. Gewicht: twee gewichtsklassen komen voor: 1. beneden de 2,5 kilo voor en teef, 2. van 2,5 tot 4,5 kilo voor een reu en 2,5 tot 5,0 kilo voor een teef.
|