

| Kaninchen Dashond |
|
Rasbeschrijving
De Teckel komt in drie haarvarieteiten voor: kortharig, langharig en ruwharig. Daarnaast zijn er drie vareiteiten gebaseerd op de grootte van de hond: de Teckel, het gewicht mag niet meer bedragen dan 9 kilo, de Dwergteckel, de borstomvang mag bij een leeftijd van een jaar niet meer dan 35 cm en niet minder dan 30 cm bedragen: de Kaninchenteckel, de borstomvang mag bij een leeftijd van een jaar niet meer dan 30 cm bedragen. Deze samenvatting van de rasbeschrijving geldt voor alle drie de varieteiten. Hoofd: langgerekt, droog, scherp besneden. De afstand van de neuspunt tot de stop is iets langer dan die van de stop tot de achterhoofdsknobbel. Ogen: amandelvormig, droge oogranden, middelgroot, rustige indruk. Oren: hoog aangezet, beweeglijk, brede oorflappen, afgeronde punt. Gebit: schaargebit. Lichaam: lang ,gespierd, droog. Licht gewelfde nek. Sterke rug, licht hellend over de schoft, daarna horizontale ruglijn. Korte, brede en licht gewelfde lendenpartij. Lange borstkas met goed ontwikkelde achterste ribben. De borstkas moet van voren gezien ovaal zijn. Uitgesproken voorborst met krachtig borstbeen. Matig opgetrokken buiklijn. Het bekken moet lang zijn, breed en krachtig. De loodrechte afstand van het hoogste punt van de schoft tot het laagste punt vban de borstkas moet twee-derde van de schofthoogte bedragen. Ledematen: lange, brede schouderbladen, goed naar achteren liggend. Het schouderblad is even lang als de opperarm en de onderarm. Goede hoeking van de schouder en opperarm. Rechte onderarm met sterke botten, sterke voormiddenvoet. Het dijbeen moet in verhouding lang zijn en een juiste hoek ten opzichte van het bekken vormen. Krachtige sprong met geprononceerde hiel. De achtermiddenvoet moet loodrecht op de grond staan en vrij kort zijn. Goed bespierde achterbenen, evenwijdig. Voeten: krachtig, naar voren gericht, goed ontwikkelde voetzolen, krachtige nagels. De hele voet moet op de grond rusten. Staart: moet in het verlengde van de rug lopen, wordt op een lijn met de rug gedragen, of lager, en komt bijna tot op de grond. Gangwerk: gelijkmatig, vloeiende wijd uitgrijpend en evenwijdig. Vacht: voor de haarvarieteiten geldt: - Korthaar: kort, dicht, glanzend, goed aanliggend - Langhaar: glanzend, glad of licht golvend, dicht op de romp aanliggend. Onder de hals, op de onderzijde van de romp, op de oren en de achterzijde van de benen iets langer dan op de zijkanten van het lichaam. Aan de onderkant van de staart moet een vlag zijn gevormd. - Ruwhaar: korte, dichte ondervacht, ruw dekhaar ca. 2 cm lang. De borstelige wenkbrauwen, snorren en baard iets langer. Op de voeten en de achterste delen van de buik korter, op de neusrug, het schedeldak en de oren erg kort. Kleur: gemeenschappelijke kleuren voor alle varieteiten zowel qua grootte als qua haar: eenkleurig, tweekleurig, wildkleurig en gevlekt. Eenkleurig: rood of geel met of zonder zwarte stekelharn. Zwarte neusspiegel. Leverkleurig en goudbruin zijn toegestaan. Tweekleurig: zwart met rode aftekening, grijs of wit met rode of gele aftekening. Bij zwarte Teckels zwarte neusspiegel, Bij bruine honden zijn de ogen geelbruin en is de neusspiegel leverkleurig. Bij grijze en wite honden moet de neusspiegel zwart zijn. Leverkleur is in combinatie met geelbruine ogen toegestaan, maar niet gewenst. Wildkleurig: eland-, everzwijn- of haaskleurig. Zwarte neusspiegel. Gevlekt: zwart, lichter bruinachtig, grijze of witte basiskleur met regelmatige donkergrijze, bruine, roodgele of zwarte vlekken. Gelijkmatige verdeling gewenst. Bij gevlekte honden zijn blauwe, grijze of parelwitte ogen toegestaan, maar niet gewenst.
|