

|
Rasbeschrijving Tamelijk grote hond, elegant en krachtig. Hoofd: niet al te overheersend, tamelijk lang en met een uitgesproken achterhoofdsknobbel. De schedel is licht gewelfd. Tamelijk lange voorsnuit, vlak of licht convex, zwarte neusspiegel, droge lippen. Ogen: groot en bruin, met een intelligente uitdrukking. Oren: tamelijk groot, aangezet ter hoogte van de ooglijn, niet erg zacht, slap en aan de voorkant licht naar buiten gedraaid. Ze moeten tot aan de neuspunt reiken. Gebit: wordt niet in de rasbeschrijving aangegeven. Hals: lang en sterk. Lichaam: diepe, lange en ruime borstkas met lange en normaal gewelfde ribben. Sterke en rechte rug, licht gewelfde lendenen, bijzonder licht opgetrokken buiklijn. Ledematen: sterke en rechte voorbenen met goede botten, normale hoeking van voor- en achterhand, goed bespierde dijen, laaggeplaatste sprongen. Voeten: goed gesloten. Staart: tamelijk lang. Wordt hoog en elegant gedragen. Vacht: kort en fijn. Kleur: driekleurig (zwart, wit en bruin) normaal gesproken met een zwarte mantel. Schofthoogte: reu 62-72 cm, teef 60-68 cm.
|