

|
Rasbeschrijving:
De Dansk-Svensk Gardshund is een kleine, compacte en enigszins rechthoekig gebouwde hond van het Pinschertype. Hoofd: tamelijk klein, driehoekig, met een tamelijk brede en vlakke schedel en een rechte, korte voorsnuit. Uitgesproken stop, de voorsnuit is zichtbaar smaller, maar niet spits. De verhouding snuit schedel is 1:1. Krachtige kaken, rechte neusrug, zwarte neusspiegel bij honden met zwarte vlekken, anders harmonierend met de kleur van de vacht. Ogen: donker of iets lichter, afhankelijk van de kleur van de vacht, middelgroot, rond of amandelvormig, levendige uitdrukking. Oren: rozeoren of oren die zo ver naar voren gevouwen zijn dat ten minste de helft van het oor overhangt. Gebit: schaargebit. Hals: van middelmatige lengte, krachtig, met een licht gebogen netlijn. Lichaam: licht rechthoekig (9:10). Diepe, gewelfde, ruime borstkas, korte lendenen, afgeronde croupe, licht opgetrokken buiklijn. Ledematen: rechte, evenwijdige voorbenen, veerkrachtige voormiddenvoet, normaal gehoekte voorhand, goed gehoekte achterhand met evenwijdige, goed bespierde achterbenen. Voeten: klein, ovaal, iets gesloten. Staart: niet al te hoog aangezet. Een aangeboren stompstaart komt voor. Gangwerk: levendig, vrij. Vacht: hard, kort, glad Kleur: wit moet domineren, met een- of meerkleurige vlekken in verschillende combinaties. Schofthoogte: reu 34-37 cm, teef 32.35 cm.
|